Het is misschien een beetje ondergesneeuwd door nieuws allerhande, maar begin mei vond er een klein historisch moment plaats in Belgisch archiefland. De oude Archiefwet van 1955 werd in de wet van 6 mei 2009 (art. 126-132, verschenen in het Belgische Staatsblad op 19 mei 2009) op een aantal essentiële punten aangepast. Behalve een aantal aanpassingen aan de actualiteit springt vooral het verkorten van de termijnen van overbrenging en openbaarheid van 100 naar 30 jaar.
Op 8 mei keurde de Vlaamse regering trouwens het voorontwerp van het Vlaams (publiekrechtelijk) Archiefdecreet goed. Het ontwerp wordt nu voorgelegd aan de Vlaamse Adviesraad voor Bestuurszaken en aan de Strategische Adviesraad voor Cultuur, Jeugd, Sport en Media. Een definitieve regeling zit er voor de regionale verkiezingen van 7 juni echter niet meer in. Het ontwerp en memorie van toelichting vind je hier:
http://www.vvbad.be/node/4604Hieronder vind je de Archiefwet uit 1955, met de aanpassingen (geschrapte delen werden doorgehaald, nieuwe onderdelen en vervangingen in het vet geplaatst):
Art. 1.
Bescheiden Archiefdocumenten meer dan
honderd dertig jaar oud, bewaard door de rechtbanken der rechterlijke macht, de Raad van State, de Rijksbesturen
en de provincies , de provincies en de openbare instellingen die aan hun controle of administratief toezicht zijn onderworpen worden, behoudens regelmatige vrijstelling,
in goede, geordende en toegankelijke staat in naar het Rijksarchief
neergelegd overgebracht.
Bescheiden Archiefdocumenten meer dan
honderd dertig jaar oud, bewaard door de gemeenten en de openbare instellingen
die aan hun controle of administratief toezicht zijn onderworpen, kunnen
in naar het Rijksarchief worden
neergelegd overgebracht.
Voor de archieven der gemeenten is de neerlegging verplicht, wanneer de bepalingen van artikel 100 der gemeentewet niet worden nageleefd.Bescheiden Archiefdocumenten minder dan
honderd dertig jaar oud, die geen nut meer hebben voor de administratie, kunnen
in naar het Rijksarchief worden
neergelegd overgebracht op verzoek van de openbare overheden aan wie ze toebehoren.
Archieven van
bijzondere personen
of van private verenigingen en privaatrechtelijke vennootschappen of verenigingen kunnen, op verzoek van de betrokkenen, insgelijks naar het Rijksarchief worden overgebracht.
De Koning bepaalt de modaliteiten van
neerlegging en overbrenging en de voorwaarden waaronder de in lid 1 van dit artikel bedoelde overheden van
neerlegging overbrenging van hun archieven worden vrijgesteld.
Art. 2.De in het Rijksarchief
geplaatste berustende archiefstukken mogen niet worden vernietigd zonder toestemming van de verantwoordelijke overheid of van de private persoon
of privaatrechtelijke vennootschap of vereniging die de overbrenging verricht heeft.
Art. 3. De ingevolge het eerste artikel, lid 1, in het Rijksarchief
neergelegde overgebrachte stukken zijn openbaar.
Een reglement van orde, vastgesteld door de Minister van Openbaar Onderwijs, bepaalt de regelen volgens welke zij aan navorsers ter inzage kunnen verstrekt worden. De Koning bepaalt de regelen volgens welke zij aan het publiek ter inzage kunnen gegeven worden, met name de toegang tot en de werking van de leeszaal, de materiële voorwaarden die de toegang tot de documenten beperken en de voorwaarden voor reproductie.De expedities of uittreksels worden door de archiefbewaarders uitgereikt, door hen ondertekend en met het zegel van de bewaarplaats bekleed; zij zijn aldus bewijskrachtig in rechtszaken.
Art. 4.
Het reglement van orde, vastgesteld door de Minister van Openbaar Onderwijs, bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder de in het eerste artikel, leden 4 en 5, in het Rijksarchief neergelegde stukken kunnen geraadpleegd worden. De Koning bepaalt eveneens de voorwaarden waaronder krachtens artikel 1, derde en vierde lid, in het Rijksarchief berustende stukken kunnen geraadpleegd worden, met name de toegang tot en de werking van de leeszaal, de materiële voorwaarden die de toegang tot documenten beperken en de voorwaarden voor reproductie.Art. 5. De overheden, bedoeld in het eerste artikel, leden 1 en 2, mogen geen
bescheiden archiefdocumenten vernietigen zonder toestemming van de algemene rijksarchivaris of van diens gemachtigden.
Art. 6. De stukken, die bewaard worden door de in het eerste artikel, leden 1 en 2 bedoelde overheden, staan onder het toezicht van de algemene rijksarchivaris of van diens gemachtigden.
De Koning bepaalt de wijze waarop dit toezicht dient te worden uitgeoefend.Art. 6bis. De Koning bepaalt de duur van de overgangsperiode en de voorwaarden waaronder de overbrenging van documenten bedoeld in artikel 1, eerste lid, bij het in werking treden van deze wet in de tijd kan worden gespreid.Art. 7. Deze wet treedt in werking de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.